Filosofie en literatuur zijn familieleden, soms in grote liefde, soms in wederzijdse haat, maar familie blijven ze. Lezen is reflectie op onze menselijke conditie. Het portret van de losjes gezeten Goethe, hier geportretteerd door zijn vriend Tischbein tijdens hun Italiaanse reis, staat symbool voor die bespiegelende levenshouding.

Menu:

Laatst gewijzigd:

Boekenverkoop

Jarenlang was het not done om hardop te zeggen, maar nu de boekwinkels met groot omzetverlies te kampen hebben moet het maar eens. Er zijn teveel boeken. Niet de concurrentie van dvd, games en internet bedreigt het boek, maar de onverschilligheid. De bedreiging komt van binnenuit en die heet overproductie. In een tijd van economische recessie is het dan afgelopen met impulsaankopen. Boeken zijn er om te lezen, niet om (ongelezen) te hebben. Eerst je boek uitlezen, dan een nieuwe kopen. Wie een boek koopt, moet het kopen omdat hij of zij hongert naar de inhoud; omdat hij de overtuiging voelt dat de wereld er iets anders door wordt. Overproductie heeft boeken tot weggooiproducten gemaakt. Het was de slechtste dienst die de consumptie-economie de leescultuur kon bewijzen.
24-05-2011


Red River Shore

In de weglating klinkt een wereld van betekenis. In Red River Shore bezingt de ouder geworden Bob Dylan de liefde van zijn leven. Het lijkt autobiografisch materiaal waaruit dit moois is geboetseerd. Dan komt het laatste, wonderlijke couplet over "a guy" die eens geleefd zou hebben en de doden tot leven wist te wekken. O ja, denken we, Jezus van Nazareth aan wie de joodse Dylan nog een tijd verslingerd is geweest. Maar tegenwoordig hoor je weinig meer van dat soort dingen, zingt Dylan. "Sometimes I  think nobody ever saw me at all/ except the girl from the Red River Shore", luiden dan de laatste woorden. Er staat niet  "But sometimes..."  of  "Yet" of iets anders, nee, het is gewoon de kale mededeling, gezongen met die verwoeste stem. Moeten we het meisje opvatten als  symbool voor verlangen naar religieuze geborgenheid, of is het de romantische liefde waar troubadour Dylan zo goed in is? Het mag alletwee, en misschien vullen ze elkaar ook nog aan.

Naomi Klein
Het lijkt erop dat het neoliberalisme voorbij is. Velen roepen het, een kleinere groep vreest het. Wat vijftien jaar geleden nog een voldongen feit leek, is nu nog maar hoogst betrekkelijk: we zien weer in dat  niet alle waarden marktwaarden zijn. De kredietcrisis en het moreel failliet van de Amerikaanse neocons hebben het denken over markt, individu en gemeenschap veranderd. En het zal nog verder veranderen. Later zal nog blijken dat het boek van Naomi Klein over de goeroe van het neoliberalisme, Milton Friedman, een toonbeeld is geweest van journalistieke durf en vasthoudendheid van inzicht. Klein toonde met vele voorbeelden en feiten aan dat de doctrine van Friedman - het creeeën van chaos, angst en ontreddering waaruit dan een nieuwe vrije markt kon ontstaan - het intellectuele gezicht was van de coup in Chili tot de invasie in Irak. Haar boek, De shocktherapie, heeft het neoliberalisme van zijn chic beroofd. 
18-4-2009

Kluun

Een zich Kluun noemende columnist heeft in navolging van De Gouden Doerian zijn eigen versie van een afzeikprijs verzonnen: de Vergeelde Boeklegger. Welk boek is het minst uitgelezen? Erg leuk idee van meneer Kluun. Best ook wel een beetje rebels, zo'n lange neus naar de gevestigde literatuur. Kluun opende een website waar lezers konden reageren. Het bleek dat na 3500 inzendingen De kleine vriend van Donna Tartt glansrijk won, gevolgd door Mulisch' levenswerk De ontdekking van de hemel. Het blijken boeken te zijn die ik zelf met veel plezier heb gelezen. Je moet er even inkomen, dat is waar, maar als mensen daar tegenwoordig ook al niet meer het geduld voor op kunnen brengen! Wat moeten we dan met Anne Karenina, De Toverberg, Socrates'Dialogen, Dokter Zjivago? Een van de kenmerken van de leescultuur is nu juist dat je leert de tijd te geven aan processen. Dat hoeft niet altijd beloond te worden, vaak echter wel. Het is een wereld waar deze Kluun vermoedelijk geen weet van wil hebben. Geeft niks, maar laat hij proberen een plaatsje in de Idols-jury te bemachtigen. Daar komt hij vast goed tot zijn recht.


Spinoza

Een verstandig mens maakt, in navolging van William James, onderscheid tussen godsdienst en religieuze gevoelens. Godsdienst dient getemd te worden met de rede, maar religieuze gevoelens zitten daarvoor te diep in de structuur van ons brein. Ze zijn te ingrijpend en te subjectief om geobjectiveerd te kunnen worden. De kern ervan is de plotselinge ervaring - dwars tegen alle rationaliteit in - dat niets op deze wereld zinloos is, dat elke haar geteld is, zoals ook elke korrel zand. Maar de tragedie is dat wij tegelijk beter moeten weten: want de wereld is een samenloop van omstandigheden. Dat leren ons de evolutiewetenschappers, en de existentiefilosofie heeft ook haar steentje bijgedragen met haar notie van 'de geworpenheid'. Alleen het werk van Spinoza biedt hier uitkomst. Voor Spinoza is de natuur onderzoeksterrein en het goddelijke tegelijk. Wetenschap en poezie zijn keerzijden van het ene. Spinoza's Ethica zal nog eeuwen worden gelezen.


Kafka

Al sinds jaar en dag voert de Bond tegen het Vloeken actie tegen het ijdel gebruik van Gods naam. Hoe men over het belang van dat streven wil denken, staat iedereen vrij. Mij lijkt het allemaal te herleiden tot een kwestie van goede smaak. Vloeken moet wel functioneel blijven, zoiets. Maar iets van de heilige verontwaardiging van de antivloekbonders ervoer ik onlangs toen op de radio de eerste regels uit Kafka's Het Proces werden voorgedragen. "Iemand moest Josef K. belasterd hebben, want zonder dat hij iets slechts had gedaan, werd hij op een ochtend gearresteerd." Waar bleek het om te gaan? Om reclame voor een uitzendbureau dat de efficiëntie in uw bedrijf komt verbeteren, zodat u niet meer het gevoel heeft geen greep te hebben op het arbeidsproces! Over ijdel gebruik gesproken. Het postmodern cynisme van de reclamejongens bereikt hier een van zijn vele hoogtepunten. Het proces is toevallig wel een van de aangrijpendste romans van de vorige eeuw geweest, een psychoanalyse van de menselijke zelfvervreemding. Maar ach, je kunt er ook een uitzenburo mee aan de man brengen. Is dan niets meer heilig? GVD!


Openbaar vervoer

Openbaar vervoer dient in eerste instantie om de burger zich efficiënt te laten verplaatsen. Het is natuurlijk een schot voor open doel om nu iets venijnigs over het halen van die doelstelling te zeggen. Dat doen we dus niet. Wat wij hier wel aan de orde willen stellen is de functie van het openbaar vervoer voor de gemoedsrust van de mens. In zijn boek 'Statusangst' (2004) komt Alain de Botton met de suggestie dat openbaar vervoer mee kan helpen een publieke ruimte tot stand te brengen waarin de mens zich op zijn gemak voelt en niet bedreigd door andermans ambities. Gezeten in zijn persoonlijke bolide is de mens de andere weggebruiker al snel een wolf, in het openbaar vervoer delen wij de ruimte. De Botton noemt Zürich als voorbeeld van een stad waar het openbaar vervoer nog zo functioneert. Ook Amsterdam zou in principe in aanmerking komen, vertelde hij me. Waarschijnlijk is hij nooit in de metrolijn Rotterdam-Zuid geweest, maar op zich is zijn gedachte de moeite waard: openbaar vervoer pacificeert omdat mensen hier even persoonlijk naast elkaar bestaan zonder dat ze zich moeten laten gelden. Blijf evenwel oppassen voor zakkenrollers!


Kant

Dit jaar is het Kant-jaar. Tweehonderd jaar geleden overleed in hetzelfde Köningsberg waar hij tachtig jaar eerder geboren werd de man die voor de filosofie zou worden wat Bach voor de muziek is gaan betekenen. Zijn leven is een en al overzichtelijkheid, zijn denken misschien ook wel, hoewel om te lezen bepaald geen jongensboek. Die overzichtelijkheid heeft zijn aantrekkelijke kanten. Neem de categorische imperatief. Dat is het ethisch uitgangspunt dat een mens in zijn handelen altijd zo te werk moet gaan dat de bedoeling van die handeling tot universele wet zou kunnen worden verheven. Ik heb me de laatste tijd vaak afgevraagd of Kant dat universaliteitsprincipe ook naar de toekomst uitgebreid gezien zou willen hebben. Dus: handel zodat de bedoeling van uw handelen de grondslag kan zijn voor een algemene wet ook voor toekomstige generaties. Het moet zo zijn bedoeld, omdat Kant de principes van de Rede buiten de tijd plaatste. De consequenties zijn nogal rigoreus: bij alles wat wij doen moeten we ons afvragen of het de toekomstige mensheid bedreigt. Uitputting van fossiele brandstofreserves valt daar zeker onder.


Diversiteit

Het is strijk en zet dat als er kranten tenonder dreigen te gaan iedereen een tijd lang de mond vol heeft van het woord 'diversiteit'. Verlies van titels betekent immers een verdere uitholling van de pluriforme pers. Nu de grootste fusie in de krantengeschiedenis van Nederland voor de deur staat - samenvoeging van Het Algemeen Dagblad met drie grote randstedelijke regionale bladen - kan men het weer vaak horen: voortgaande verschraling ligt op de loer. En zo is het. Maar wat ook waar is: kranten beginnen steeds meer op elkaar te lijken. En daarmee maken ze zichzelf overbodig. De krant zou een oase van rust en betrouwbaarheid moeten bieden, waar de andere media over elkaar heen tuimelen in de jacht op het actuele. Diversiteit is niet gewaarborgd door het aantal krantentitels, maar door de aard van de betrokkenheid van de afzonderlijke kranten bij de actualiteit van cultuur en samenleving. Uiteraard is het dan wel een voorwaarde dat er voldoende krantentitels zijn. Als kranten niet meer aan die democratische dynamiek kunnen voldoen wordt het tijd voor een louterende identiteitscrisis. Zal het nternet binnenkort beter in de behoefte aan diversiteit voorzien?


Augustinus

Hoe actueel is het beeldverbod van christendom, islam en jodendom in deze tijd? Nogal denk ik. Verbieden is er niet meer bij uiteraard, maar een herwaardering zou niet overbodig zijn. Lange tijd heeft de beeldcultuur in de naoorlogse jaren de sympathie van de vooruitstrevende intelligentsia genoten. Augustinus vond men maar een rare man met zijn opmerkingen over 'ogenlust'. Film en strip zijn hartstochtelijk verdedigd door diezelfde intelligentsia. Fotografie had de warme sympathie van schrijvers als Benjamin, Barthes en Sontag. Inmiddels hebben de massamedia en internet het beeld in een positie van alleenheerschappij gehesen. Politiek, reclame, opinievorming en charativisme lopen nog uitsluitend via de manipulatie van door het beeld opgeroepen emoties. We zou haast vergeten dat er ook nog een innerlijke, via het verstand en het hart lopende route is waarlangs de mens zijn voorstellingen kan maken. Dat is de verbeelding! Het is de menselijke verbeelding die het verschil maakt tussen erotiek en pornografie, tussen overtuiging en hype, tussen kortstondige hysterie en duurzame betrokkenheid. Het gaat om de innerlijke voorstelling. Daarin heeft Augustinus ons nog steeds veel te leren.


Paul Ricoeur

Dit voorjaar overleed de Franse filosoof Paul Ricoeur. Dat stemt een beetje plechtig. Want iemand die zo'n hoge leeftijd bereikt, en tot het laatste aan toe actief is gebleven, verdient geen rouw maar dankbaarheid. Ik kan het niet anders zeggen. Samen met Gadamer was Ricoeur een hermeneuticus van toonaangevende kwaliteit. Ricoeur is door zijn verzoenende en diepgravende analyse van de klassieken en de modernen, inclusief de Angelsaksische traditie, echt een synthetische figuur. Ik bewaar nog altijd een aantekening die ik wilde gebruiken voor een column over Ricoeur. Daar komt ie dan. "Op de radio hoorde ik Anne-Wil Blankers, de actrice. Ze vertelde hoe ze het largo uit de Winter van Vivaldi's 'Vier Jaargetijden' in haar herinnering koppelt aan die aan overleden dochter. 'Het is een klein, schattig muziekje, even een aanzet tot een prachtig melodietje. Ik moet dan altijd aan onze dochter denken. Ze is maar 32 geworden. Een prachtig klein melodietje was ze.' Mij deed die opmerking weer denken aan het werk van Ricoeur, dat draait rond de metafoor en de herinnering." Zo is het, we leven in metaforen, de tijd is een verhaal.